Manueel fotograferen
Je bent aangekomen bij de meest belangrijke en laatste les: alles toepassen wat je tot nu toe hebt geleerd in de voorgaande lessen! Maar hoe doe je het nu? Hoe bepaal je wat voor instellingen je moet gebruiken? In deze les voegen we alles van de voorgaande lessen samen. Dit is de laatste les en alle voorgaande lessen bouwden hiernaar op. Na deze les ben je dan eindelijk in staat om zelf te bepalen wat je instellingen moeten zijn en hoe je ze zelf kunt aanpassen.
Een samenvatting van alle effecten
Laten we eerst samenvatten welke effecten je kunt bereiken door verschillende instellingen aan te passen, dit is een samenvatting van voorgaande lessen. Dit begrijpen, of anders goed uit je hoofd leren, is belangrijk om écht in staat te zijn om je eigen instellingen te kiezen. Daarom gaan we het nog eens hebben over de effecten van het diafragma, de sluitertijd en de ISO-waarde, om je geheugen weer op te frissen. Herhaling, herhaling, herhaling.
Diafragma – scherptediepte
Om te beginnen, hebben we de cursus gestart met een uitleg over welke effecten het diafragma heeft. Allereerst heeft het diafragma effect op de scherptediepte (maar let op, er zijn meer factoren die effect hebben op de scherptediepte!). Dus als je een grotere diafragma kent (een kleiner f-getal) wordt je scherptediepte kleiner, en daarmee de voor- en achtergrond minder scherp. Verder zorgt een groter diafragma er ook voor dat je foto lichter wordt.
Samengevat
Kleiner diafragma = groter f-getal = grotere scherptediepte/meer scherpte = donkerdere foto
Groter diafragma = kleiner f-getal = kleinere scherptediepte/onscherpte voor- en achtergrond = lichtere foto
Sluitertijd – bevroren foto of foto met beweging
Ten tweede, gingen we verder over de effecten van de sluitertijd. Hoe langer de sluitertijd, hoe meer beweging er ontstaat in de foto. Je foto kan onscherp worden als je sluitertijd te langzaam is op het moment dat je uit de losse hand fotografeert. Als je een snellere sluitertijd kiest, worden de bewegingen in je foto bevroren.
Als je een scherpe foto uit de losse hand wilt nemen, zijn er twee verschillende soorten onscherpten; bewegingsonscherpte en cameraonscherpte. Met cameraonscherpte bedoel ik de onscherpte die er ontstaat als je de camera beweegt terwijl je de foto aan het maken bent. Om dit te voorkomen kan je de volgende stelregel hanteren: 1 / het aantal millimeters waarop je bent ingezoomd. Bijvoorbeeld, als je op 200 mm bent ingezoomd zou je maximale sluitertijd 1/200ste van een seconde zijn. Als je lens voorzien is van stabilisatie zou je een sluitertijd van tot wel 4 stops langzamer kunnen gebruiken.
Als je bewegingsonscherpte wilt voorkomen hangt de mogelijke sluitertijd af van het onderwerp wat je fotografeert. Wanneer je een stilstaand onderwerp hebt, kan je een vrij langzame sluitertijd gebruiken, maar als je een snel bewegend onderwerp hebt (zoals vliegende vogels) zal je een snelle sluitertijd moeten gebruiken.
Samengevat
Snelle sluitertijd = (zolang deze onder de één seconde ligt, aangegeven met een “) hoger getal = bevroren bewegingen = donkerdere foto
Langzame sluitertijd = (zolang deze onder de één seconde ligt, aangegeven met een “) lager getal = beweging in de foto = lichtere foto
Als je een scherpe foto uit de hand wilt nemen zijn er twee soorten onscherptes waar je rekening mee moet houden:
Bewegingsonscherpte, de onscherpte die ontstaat door beweging van je onderwerp;
Cameraonscherpte, de onscherpte die ontstaat door het bewegen van je camera, waarbij de stelregel om dit te voorkomen is: 1 / het aantal millimeters waarop je lens is ingezoomd.
ISO – heldere of korrelige foto
Als laatste, ISO. Deze instelling heeft effect op hoe sterk het signaal van de foto wordt versterkt. Een verder versterkt signaal zorgt voor een lichtere foto maar introduceert ook meer korrel in de foto. Daardoor komt het verhogen van je ISO-waarde met een prijs. Desondanks is het toch beter om je ISO te verhogen dan om je foto lichter te maken tijdens het bewerken omdat je daar nog meer ruis mee veroorzaakt. Zorg er dus voor dat je de belichting in je camera correct krijgt, dit voorkomt onnodige ruis.
Samengevat
Hogere ISO = meer ruis = lichtere foto
Lagere ISO = minder ruis = donkerdere foto
Als je moet kiezen tussen een hogere ISO of een foto lichter maken tijdens de nabewerking, kies er dan voor om je foto in je camera al goed te krijgen.
Nu, hoe pas je de instellingen handmatig aan?
Zet eerst je camera in de manuele stand!
Vaak kan je de stand veranderen door te draaien aan de ronde knop bovenop je camera. Lees de gebruiksaanwijzing of zoek op internet op hoe je verder de instellingen van je camera kan veranderen. Meestal kan je de sluitertijd aanpassen door aan het draaiwiel bij je duim te draaien, soms hebben camera’s ook een los scrollwiel aan de voorkant van de camera.
Als je camera een LCD scherm op de bovenkant heeft, kan je hier vaak je instellingen bekijken. Je kunt ze ook vaak op de achterkant op het scherm bekijken en als je door de zoeker kijkt. In de zoeker zie je de instellingen meestal onderaan in het midden of aan de zijkant staan.
De simpele stappen die je kunt volgen om je instellingen zelf aan te passen (geen zorgen, we gaan hierna rustig door de stappen heen).
- Bepaal de bandbreedte van je instellingen
- Stel je diafragma en sluitertijd in
- Stel je ISO in (terwijl je kijkt naar de interne lichtmeter ter assistentie)
- Maak een testfoto om je instellingen te controleren
Voordat je denkt “dit is teveel!” en dat het te gesimplificeerd is; ja, dat klopt. Deze stappen zijn inderdaad gesimplificeerd omdat het meteen uitleggen anders te ingewikkeld zou worden. Maar ik neem je door de stappen heen. En weet dat het een tweede natuur zal worden als je de instellingen van je camera maar vaak genoeg zelf instelt. Zo zijn er genoeg fotografen die niet anders meer zouden willen, inclusief ikzelf.
Bandbreedte per instelling
Als eerste stap bepaal je de bandbreedte die je hebt per instelling. Ik kan me voorstellen dat je nog niet snapt waar ik het over heb, dus laat het me illustreren aan de hand van een voorbeeld; ik fotografeer vaak paarden dus wanneer ik een paard in actie fotografeer moet ik rekening houden met een aantal dingen. Meestal wil ik dat de actie goed bevroren wordt. Daarom moet mijn sluitertijd redelijk snel zijn. Ten tweede houd ik van voor- en achtergronden die out-of-focus/onscherp zijn, dus mijn diafragma moet groot zijn. Als laatste wil ik graag dat mijn foto zo min mogelijk ruis bevat dus daarom moet de ISO zo laag mogelijk zijn.
De bandbreedte per setting zouden er in dit geval als volgt uitzien:
Sluitertijd: 1/800ste als langzaamste sluitertijd en alles wat sneller is dan dat;
Diafragma: f/2.8 of f/4;
ISO: Zo laag als mogelijk maar zo hoog als nodig.
Zolang de instellingen dus in deze range blijven kan ik ermee spelen en het resultaat krijgen waar ik naar opzoek ben.
Tip
Je kunt deze range altijd opschrijven voor je aan je sessie begint terwijl je alle rust hebt om hier over na te denken. Zo kan je altijd terug kijken naar de eigen gemaakte “cheatsheet” terwijl je bezig bent met je sessie. Omdat je het “denkwerk” thuis hebt gedaan ben je voorbereid op de fotoshoot. Na een tijdje van deze excercitie steeds herhalen zal je merken dat je het steeds sneller kunt bedenken tot je het “on the fly” kunt bedenken. Dat is wanneer de magie werkelijk begint!
Lichtmeter
De lichtmeter van je camera gaat je helpen in de manuele stand. Je kunt je lichtmeter zien als je door je zoeker kijkt.. Het ziet er een beetje uit als: + 2 . . . 1 . . . 0 . . . 1 . . . 2 – . (Nikon zet de + links en de – rechts, Canon en Sony doen dit precies andersom).
Je zult een kleine lijn of driehoek zien flitsen onder de meter (die indicator). Wanneer je een van je instellingen aanpast of als de lichtomstandigheden veranderen zal je zien dat de positie van de indicator veranderd. Wanneer de indicator precies in het midden staat, is de belichting correct volgens de camera. Maar onthoud dat dit niet altijd het geval is, zoals in een van de voorgaande lessen werd uitgelegd heeft de camera het wel eens mis en geeft de interne lichtmeter de correcte belichting niet aan in bepaalde situaties maar zou je zelf eigenlijk liever willen onder- of overbelichten (vanuit het oogpunt van de camera). Zoals bij situaties met veel sneeuw of als je silhouetten aan het fotograferen bent bij zonsondergang.
Hoewel het in de meeste gevallen prima is om erop te richten de indicator van de lichtmeter in het midden te krijgen.
Laten we eerst die indicator in het midden krijgen!
Het is een belangrijke vaardigheid om in staat te zijn om zelf de indicator van de lichtmeter in het midden te krijgen door zelf de instellingen aan te passen. Er zijn een aantal stappen om dit voor elkaar te krijgen, dus laten we erdoorheen lopen.
Stap 1: Begin met het laag zetten van de ISO-waarde, bijvoorbeeld op 100.
Stap 2: Stel daarna de sluitertijd en het diafragma in aan de hand van de bandbreedte die je eerder hebt vastgesteld.
Stap 3: Check de instellingen aan de hand van de interne lichtmeter en pas de instellingen aan binnen de bandbreedte zodat de indicator netjes in het midden van de lichtmeter komt te staan.
Stap 4: Is de foto nog onder- of overbelicht?
Is de foto nog onderbelicht? Dan is het tijd om je ISO-waarde te verhogen.
Is de foto nog overbelicht? Bekijk dan welke instelling buiten de bandbreedte gaat vallen of je kunt kijken of er andere manieren zijn om de foto donkerder te krijgen zoals het verplaatsen van je onderwerp naar de schaduw of het gebruiken van een filter (bijvoorbeeld een grijsfilter) op je lens.
Samenvattend
- Start lage ISO (100)
- Stel je diafragma en sluitertijd aan de hand van je bandbreedte in
- Check aan de hand van je interne lichtmeter of de instellingen nog moeten worden aangepast voor een correcte belichting en pas je instellingen aan.
> Belichting nog steeds te laag, verhoog je ISO
> Belichting nog steeds te hoog, bepaal dan welke instelling er buiten je bandbreedte gaat vallen of kijk er nog andere manieren zijn om je foto donkerder te maken, bijvoorbeeld door je onderwerp naar de schaduw te verplaatsen of door gebruik te maken van een grijsfilter.
Als laatste, maak een testfoto
Nadat je de juiste instellingen hebt vastgesteld en ingesteld is het tijd om een testfoto te maken om te zien of het goed is gegaan. Als alles er goed uitziet kan je met je fotosessie beginnen. Gedurende de fotosessie zal je waarschijnlijk nog wat kleine aanpassingen moeten doen om de belichting correct te houden (tenzij de omstandigheden flink veranderen, dan begint het proces weer van voor af aan). Dus blijf je foto’s zo nu en dan checken tijdens de rustige momenten van een shoot. Maar trap niet in de val om IEDERE foto te checken (dat wordt chimping genoemd).
Wanneer check je de instellingen?
Ik check de instellingen tijdens de rustige momenten van een fotoshoot. Bijvoorbeeld als ik paarden in actie aan het fotograferen ben zijn er altijd wel momenten waarop het paard in positie wordt gebracht of van je af rent. Gebruik dat moment om kort te controleren of de instellingen nog goed staan. Maar als het paard vol in actie is, blijf dan fotograferen en heb vertrouwen in de instellingen die je hebt gekozen. Het zou eeuwig zonde zijn als je een gave actiefoto mist omdat je naar je scherm aan het staren was.
Maar als de omstandigheden een hoop veranderen (bijvoorbeeld omdat eerst de zon scheen en er nu een wolk voor is geschoven) is het wel een goed idee om de instellingen te controleren.
Dit was de laatste les van deze cursus. Ik hoop echt dat dit je heeft geholpen om de meester te worden van je camera en je op weg heeft geholpen om een betere fotograaf te worden. Ik hoop dat je blijft leren maar boven alles hoop ik dat je blijft fotograferen met heel veel plezier!
En nu?
Nu je hebt geleerd om in de manuele stand te fotograferen is het belangrijk om dit veel te oefenen zodat je dit goed onder de knie krijgt.
Maar fotograferen bestaat natuurlijk niet alleen uit het technisch beheersen van de camera, als je niet een mooie compositie kunt maken lukt het nog steeds niet om mooie foto’s te maken.
Gelukkig heb ik daar ook iets voor gemaakt! Namelijk de compositie bootcamp!
Na het volgen van deze bootcamp heb je een goede basis om zelf mooie composities te kunnen bepalen. Tijdens deze 7-daagse e-mail bootcamp leg ik je namelijk een aantal compositie technieken uit waardoor jij die voortaan ook kunt toepassen.
Wil je meer lezen over de compositie bootcamp? Neem dan een kijkje op deze pagina.














